We rechten onze rug
Hierover schrijf ik eerst het goede nieuws: De VZW Steunfonds van de Orde van Sint-Jan van Jeruzalem aanvaardde onze vraag om ons te helpen met de uitreiking van fiscale attesten bij giften voor Tapori. We zijn heel dankbaar dat zij ons onder hun hoede willen nemen. Alle praktische gegevens hieromtrent vinden jullie terug op de volgende bladzijde.
Deze organisatie van de Hospitaalridders heeft een boeiende en al eeuwenoude geschiedenis. Daarover kan je meer lezen op https://www.osjlagelanden.be/
Zo is de praktische kant van deze kwestie voor Tapori wel weer opgelost. Maar we blijven toch zitten met een wrange nasmaak en het duurde lang voor ik dat onaangenaam gevoel goed kon beschrijven. Nu weet ik het en laat me toe een verhaaltje te vertellen:
Een kind speelt op het strand en bouwt er met andere kinderen grote zandkastelen. Die zijn met elkaar verbonden met bruggetjes en in de geultjes varen papieren bootjes. Er zijn veel torens en de muren zijn versierd met schelpjes, en er staan ook veel kleurrijke papieren bloemen in de zon. Er doen almaar meer mensen mee, grote en kleine kinderen. Het strand wordt mooi en veel mensen die voorbijwandelen blijven even staan, met een glimlach op hun gezicht. Iedereen wordt er precies blijer en gelukkiger van…
Maar dan opeens, zomaar uit het niets, komt er een grote bulldozer aanrijden. Er moet een geul gegraven worden om grote oorlogsschepen door te laten. De opzichter geeft aan de kinderen die in de weg lopen grote klappen op hun wangen en zonder uitleg wordt een deel van de zandkastelen platgewalst. Er blijft een ravage achter en veel kinderen en grote mensen verdwijnen in het niets. De andere kinderen lopen eerst verweesd rond en komen elkaar dan toch weer tegen. Op een nieuwe plek hernemen ze hun spel. Want die zandkastelen met alles erop en eraan, die maken de wereld zachter een beetje beter… Dat zeggen veel mensen toch…
Tijdens de voorbije weken kwam ik samen met mensen van Kontinenten op het Bisdom in Brugge en van getroffen organisaties in het Wereldhuis van de Provincie West-Vlaanderen in Roeselare. Samen is het misschien gemakkelijker om de rug te rechten. We zijn met veel gedupeerden en niemand begrijpt het eigenlijk. De schaarse uitleg vanwege het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking is dat Kontinenten VZW geen fondsen mag werven voor derden en die gelden niet zomaar mag doorgeven aan andere organisaties. Daarbij werd het woord “doorgeefluik” gebruikt.
Van de organisatie Leraars zonder Grenzen, die ook hun erkenning verloren, ontving ik een omzendbrief over fiscale vrijstelling van bepaalde giften, opgesteld door voorgenoemd ministerie en gedateerd op 1 juli 2010. Daar staat in te lezen dat “de aanvragende instelling tot structurele en duurzame ontwikkeling moet bijdragen. Om de erkenning te verkrijgen volstaat het niet om louter geld in te zamelen voor andere (nationale of internationale) instellingen”.
Maar Kontinenten VZW draagt toch bij aan structurele en duurzame ontwikkeling… bijvoorbeeld met wat we in Tapori doen? En Kontinenten werft zelf geen fondsen voor Tapori of alle andere, een kleine 100 organisaties. Die giften komen van al wie vriend is van Tapori of elke andere organisatie. Bovendien gaven we elk jaar correct verslag over het gebruik van de giften, zowel financieel als narratief. Organisaties als Kontinenten en Leraars zonder Grenzen werkten al jarenlang op dezelfde betrouwbare manier en bij vorige controles door dezelfde instanties was alles in orde.
We krijgen er kop noch staart aan en op de vraag naar meer uitleg die gesteld werd eind juni, ontving Kontinenten geen antwoord. Wordt de wet nu plots anders geïnterpreteerd? Komt dat door het veranderend sociaal en politiek klimaat, omdat er besparingen nodig zijn, ten koste van wereldwijd sociaal welzijn terwijl de uitgaven voor defensie almaar toenemen? En mogen dan zomaar ineens zware straffen uitgesproken worden zonder organisaties de kans te geven om bij te sturen.
Begrijp je dat we ons voelen als een kind dat een pak slaag krijgt zonder te begrijpen waarom?
Ik zou nog een eind kunnen blijven doorgaan, onder andere over een andere nieuwe moeilijke situatie. Maar daar licht ik nu best alleen maar het tipje van de sluier op. Want die historie is nog maar begonnen en ik zie nog geen licht aan ’t eind van de tunnel: Ik ging enkele weken terug nietsvermoedend naar de bank in België om wat praktische zaken te regelen. En daar
kreeg ik, nochtans van de vriendelijke en ook wel meelevende dame, als koude douche te horen dat ik de rekeningen die op mijn naam staan, persoonlijk en voor Tapori, moet afsluiten, zonder enig alternatief, zomaar… buiten.
In de brief die ik ontving staat dat “deze beperking geldt voor rekening- of volmachthouders die hun (fiscale) verblijfplaats hebben in een land waarvoor de bank geen vergunning meer heeft”. Voila, zo vlieg ik ineens van de bank waar ik sinds jaar en dag klant ben. Ook hier worden beslissingen genomen die ineens iedereen treffen, ook wie niets verkeerd heeft gedaan. Ook hier weer het gevoel van er niet meer (mogen) bij horen en klappen krijgen zonder te begrijpen waarom. En ook dat brengt weer een nieuwe hoop onzekerheid en extra werk met zich mee… dat eigenlijk niemand ten goede komt… Hierover misschien meer in de kerst-vogel-van-papier.
Ondertussen wil ik liever eindigen met een positieve noot en wil ik jullie het volgend verhaal aanraden: “De man die bomen plantte”, in het Frans “l’homme qui plantait des arbres”. Het is een hoopvol kortverhaal uit 1953 van de Franse schrijver Jean Giono. Je vindt het ook verfilmd, o.a. in een mooie versie op Youtube: https://www.youtube.com/watch?v=epTqUnKsuUY
’t Is een mooi verhaal voor het slapengaan, om de volgende dag op te staan met goesting om bomen te blijven planten.
Tot wederhoren,
