Vogel van Papier, Jaargang 27, Nummer 1 (maart 2021)


Tijdens de pandemie zien we in Tapori veel meer mensen met psychiatrische problemen dan tevoren. Vooral mensen die al op het randje leefden, bijvoorbeeld mensen met lichte verstandelijke of mentale beperking. Zij zijn zich wel bewust zijn van de chaotische sociale situatie maar hebben het nog moeilijker dan anderen om wat perspectief te zien en oplossingen te vinden.

Zo iemand is Maria. Een vrouw die we sinds het prille begin van Tapori kennen. Toen kwam ze soms naar de consultatie met haar twee kleine kinderen.
Haar dochtertje is één van de weinige kinderen bij wie ik kwashiorkor zag. Dat is een vorm van ondervoeding waarbij kinderen opgezwollen zijn door vocht, door gebrek aan eiwitten in de voeding. Maria gaf haar kinderen ’s morgens maizenapap, ’s middags rijst en ’s avonds de overschot van de maizenapap van ’s morgens.

Ze had nooit vast werk, nu en dan deed ze de was voor iemand, maar verder stak haar familie bij om de touwtjes aan elkaar te knopen. Eigenlijk dacht iedereen dat zij zich vaak aanstelde. Niemand erkende echt haar lichte mentale en verstandelijke beperking, ook ik niet. Toen haar kinderen ouder werden, werd het almaar moeilijker: ze kloeg over alles en iedereen, niemand verdroeg haar nog en ze geraakte op den dool, van het ene huis naar het andere, van de ene dokter naar de andere, van het ene hospitaal naar het andere… altijd maar onderweg…

In Tapori zagen we haar nu en dan. Er waren veel onsamenhangende en onderbroken consultaties, bijna altijd op zoek naar medicatie. Wanneer we als arts aanstuurden op onderzoeken, verdween ze weer voor een lange tijd. De pandemie zorgde in eerste instantie voor een hel, maar bracht uiteindelijk misschien heil.

Hier het verhaal van Ximena, de psychologe in Tapori die samen met Ivonne misschien toch wel tot mijn beste collega ́s en vrienden behoort.


Het Verhaal van Señora Maria – door Ximena

Te midden in de pandemie, in juli, zag ik Sra. Maria op consultatie.

De week ervoor had ze iedereen in Tapori de stuipen op het lijf gejaagd toen ze luid roepend door alle gebouwen liep, zich kronkelend op de grond gooide, kermend van de pijn in haar buik… We brachten haar naar het ziekenhuis. Maar daar liet de arts van dienst weten dat ze de voorbije weken al verschillende keren gezien was en dat ze helemaal niets had. “Doe haar maar mee naar huis en ze moet niet meer terugkomen”, luidde het.
“Naar huis” bleek een hele opdracht te zijn, want bij aankloppen bij haar broers en zussen bleven de deuren hermetisch gesloten. Alleen haar schoondochter deed de deur op een kier open en zei: “Ik zal naar haar zoon bellen. Hij is aan het werk. Maar het is echt niet meer te doen. Ze hitst iedereen tegen elkaar op. Ze eist alle aandacht op, wil ’s nachts bij haar zoon slapen, alles wat we klaarmaken om te eten is niet goed. Ze vecht en slaat in het rond … Zo gaat het echt niet meer”.

Tijdens de consultatie bleef Maria klagen van allerlei pijn. Ze huiverde en bibberde en zei dat ze ’s morgens geen reden zag om op te staan. Ze kwam met niemand overeen en iedereen vermeed haar als de pest. Ze was boos zonder goed te weten waarom, kon niet slapen. Ze nam pijnstillers en ook medicijnen voor “haar epilepsie”, waar eigenlijk niemand het fijne over wist. De ganse familie was boos en ontvluchtte haar, want “ze deed maar alsof, ze zocht alleen aandacht, altijd maar bedelen om geld voor pilletjes, altijd maar leunen op anderen zonder zelf iets te doen, terwijl ze toch een gezonde vrouw was en zou kunnen werken…”.

Samen met Inge en met de kinesitherapeut en de ergotherapeut bundelden we onze krachten, zonder te weten of we haar echt konden helpen. Met geduld en boterham, en nu en dan een diepe verzuchting en ontlading probeerden we een weg te vinden, elk op zijn of haar terrein: de therapeuten met oefeningen en spelen, de huisarts met enkele medische onderzoeken, waaruit onder andere bleek dat ze meer dan het dubbel van de voor haar gewicht berekende dosis medicatie voor haar “epilepsie” nam, en ikzelf met rustgevende oefeningen die voor ontlading zorgden.
Ik ging met haar naar een goede neuropsychiater die enkele bijkomende onderzoeken deed en een goede diagnose stelde. Van epilepsie was er geen sprake. Hij zei dat haar pijn echt was, even echt als de depressie en de angststoornis, en hij liet haar verhaal naar boven komen, een zware emotionele rugzak al van toen ze nog maar een klein meisje was: een verhaal van ernstige verwaarlozing en mishandeling door haar moeder en broers en zussen.

Daardoor liep ze een hersenletsel op en mankt ze een beetje. Een verhaal van mislukking, want al vroeg verliet ze de school omdat ze dom was en niets kon onthouden. Haar partner, de vader van haar twee kinderen, mishandelde haar ook en liet haar al snel alleen achter met de twee kinderen. Eigenlijk zorgden die twee kinderen voor zichzelf en voor hun moeder… die nooit iets goed deed en er zelf ook niet in geloofde dat ze iets goed kon doen… Hoe zou ze dat kunnen?

Nu is Maria 54 jaar en het hervertellen van haar verhaal en dat van haar kinderen zorgde voor enige erkenning en begrijpen, voor vergeven en heropbouwen… Er zijn veel tranen gevloeid, niet alleen van verdriet en pijn. Zichzelf begrijpen en zich begrepen voelen, weten dat ze zichzelf mag zijn, met haar beperking maar ook met wat ze wel kan en goed deed en doet. Horen en zien dat er mensen zijn die haar, ondanks alle ellende van de voorbije jaren, graag zien, in de eerste plaats haar eigen kinderen, heeft enige pijn weggenomen… hopelijk voor lang of voor altijd.

Nu gaat het beter en is er weer glans in haar ogen.Als psychologe blijf ik met veel vragen zitten, want het is triest om te zien hoe mensen van de regen in de drop komen, eerst gezond en wel waren maar beetje bij beetje emotioneel aftakelen… in het geval van Maria 54 jaar lang… Hoe kunnen we zoiets sneller zien gebeuren en omkeren, hoe kunnen we pijn die zo diep in ’t hart vastzit losmaken en emotionele leegtes helpen invullen, hoe kunnen we mensen ervan overtuigen om naaste familieleden niet los te laten en hoe kunnen we mensen die zo diep wegzinken in eenzaamheid helpen om opnieuw in mooi leven te geloven en op weg te gaan ?

Maria drukte ons met de neus op de feiten. Zoveel jaren hebben we niet echt gezien wat er gaande was. Ik hoop dat haar verhaal op die manier zin heeft voor mensen onder weg. Altijd misschien wel iemands vader of moeder, altijd iemands kind…

Atentamente,

Ximena

Vogel van Papier, Jaargang 27, Nummer 1 (maart 2021)